Het buitengewoon onderwijs is onderwijs op maat.

ABO

Het is de bedoeling met het project “Leren en Werken” een totaaltraject te ontwikkelen dat finaal moet leiden tot gekwalificeerde uitstroom naar een reguliere tewerkstelling.

Het is de bedoeling onze cursisten een meerwaarde te bieden, om hun verder voor te bereiden op zelfstandig functioneren in onze complexe maatschappij “op eigen benen kunnen staan”.

Deze opleiding reikt onze jongeren een hand aan die hen moet helpen de grote overgang van school naar werken in een bedrijf, instelling, dienst,…  te verkleinen en te vergemakkelijken.

Leren op de werkplek is een verregaande vorm van ervaringsleren. De band tussen theorie en praktijk wordt onmiddellijk gelegd. Zowel onze school  als de bedrijven hebben er baat bij om de handen in elkaar te slaan. Wij vinden een betere aansluiting bij het beroepsleven. Bedrijven krijgen een beter zicht op de competenties van de instromende jongeren.

In een kwaliteitsvolle en krachtige leeromgeving verwerft de jongere de vereiste competenties voor zijn vakmanschap. Zij hebben een extra duwtje in de rug nodig via specifieke begeleiding tijdens het leerproces.

Dit extra duwtje trachten we te realiseren tijdens de integratiefase via het ABO-project (= Alternerende Beroepsopleiding).
Dit kenmerkt zich door een gezamenlijk ontwikkeld pedagogisch partnerschap tussen de opleiding in onze school en complementair met deze in het bedrijf. De uitwerking ervan gebeurt in een geest van gedeelde verantwoordelijkheid voor de vorming van de jongere.

Beide componenten zijn op elkaar afgestemd. Op die wijze wil men de tewerkstellingskansen van bovenvermelde jongeren bevorderen.
Het project werkt ongetwijfeld drempelverlagend voor een latere instap in het arbeidscircuit. De vooruitzichten naar effectieve tewerkstelling na afloop van het project zien er veelal gunstig uit.

De kern van de methodiek is er op gericht om via een persoonlijke benadering van de jongere (maatwerkgerichte aanpak) een traject te bepalen in functie van de instap in de reguliere arbeidsmarkt.

We hebben oog voor twee grote peilers: WERKEN  en  LEVEN/WONEN.

De jongeren hebben nood aan een aantal competenties die hen weerbaar maken in de maatschappij. Door het verwerven en verder ontwikkelen van deze vaardigheden zijn ze in staat hun maatschappelijke verantwoordelijkheid op te nemen.

Het is de bedoeling om na de integratiefase de cursist een rugzak mee te geven waarin nuttige en belangrijke info zit, die ze op gepaste tijdstippen weten te hanteren.

 

Het facultatieve 6de jaar (= ABO) bestaat uit;

1 dag BGV:

–        8 uur beroepsgerichte vorming (BGV) afhankelijk van de gekozen opleiding

en 1 dag ASV:

–        4 uur geïntegreerde ASV (GASV)

–        2 uur lichamelijke opvoeding (LO)

en 3 dagen bedrijfsstage.

 

Dit project wordt gerealiseerd met steun van het Europees Sociaal Fonds (ESF).